Het woord "ingreso" is een zelfstandig naamwoord.
De fonetische transcriptie van "ingreso" in het Internationaal Fonetisch Alfabet is /inˈɡreso/.
"ingreso" kan vertaald worden naar het Nederlands als "inkomen", "ontvangst" of "toegang", afhankelijk van de context.
In het Spaans verwijst "ingreso" voornamelijk naar de handeling van binnenkomen of het ontvangen van iets, zoals een inkomen of een financiële ontvangst. Het wordt vaak gebruikt in economische of juridische contexten, maar ook in medische en clericale sferen. De frequentie van gebruik is hoog, zowel in gesproken als geschreven taal, met een lichte voorkeur voor schriftelijke contexten gezien zijn formele aard.
El ingreso mensual de la familia ha aumentado considerablemente.
(Het maandinkomen van het gezin is aanzienlijk gestegen.)
Necesitamos revisar el ingreso de pacientes en la clínica.
(We moeten de binnenkomst van patiënten in de kliniek controleren.)
Hoewel "ingreso" niet vaak voorkomt in idiomatische uitdrukkingen, kan het wel in specifieke contexten gebruikt worden. Enkele relevante zinnen zijn:
Ingreso neto: Se requiere calcular el ingreso neto para determinar la rentabilidad de la empresa.
(Netto-inkomen moet worden berekend om de winstgevendheid van het bedrijf te bepalen.)
Ingreso pasivo: Muchos inversores buscan generar ingreso pasivo a través de bienes raíces.
(Veel investeerders willen passief inkomen genereren via onroerend goed.)
Ingreso bruto: El ingreso bruto de la asociación se utiliza para cubrir los gastos operativos.
(Het bruto inkomen van de vereniging wordt gebruikt om de operationele kosten te dekken.)
Het woord "ingreso" is afgeleid van het Latijnse "ingressus", wat "binnenkomen" betekent. De samenstelling van "in-" (in) en "gressus" (stap) geeft de betekenis van het betreden of binnenkomen aan.